You are here

EPB : « We moeten mensen de mogelijkheid geven om hun investeringen te spreiden »

De bouwsector wijst regelmatig op de moeilijkheden in het kader van de EPB-richtlijn, de zogenaamde « Recast ». Volgens hen resulteren de nieuwe eisen in een meerkost die kandidaatbouwers kunnen afschrikken. Aymé Argelès (CCW= de confederatie Bouw Wallonië) wijst op een aantal positieve en praktische alternatieven om de schok op te vangen.

De professionals in de bouw zijn het eens over : het door Europa opgelegde tijdschema om de energieprestaties van gebouwen te verbeteren tegen 2021 is hels. Vooral omdat de reeds geboekte en verwachte vooruitgang significant zijn (zie onderstaande tabel).

In heel Europa, gaf het proces – en nog steeds – aanleiding tot verhitte discussies met de betrokken professionals. Oorzaak : een nieuwe verstrenging van de normen, volgens hen te snel, niet progressief genoeg en met onvoldoende aandacht voor het economisch optimum opgelegd door Europa en dat in België resulteert in een meerkost van 5 tot 15% (cijfers dat sommige actoren relativeren).

Toch vreest de bouwsector dat de meest achtergestelde kandidaten buitenspel zullen worden gezet bij de aankoop van een woning en dus de bouwactiviteit vertraagt. De EPB-eisen zijn natuurlijk niet de enige boosdoeners. Er is ook een stijging van de materiaalprijzen en bouwgronden. De geografische ligging speelt ook een rol : een soortgelijk appartement in Ciney en Gembloux geeft een prijsverschil van meer dan € 50.000... en is enkel te wijten aan de ligging.

In deze context en zonder de controverse opnieuw aan te wakkeren door alle technische argumenten van elkaar opnieuw op tafel te gooien, hebben we aan Argelès Ayme, hoofdadviseur milieu -technologieën van de Confederatie Bouw Wallonië (CCW) gevraagd naar een stand van zaken en wijzen op een aantal positieve en praktische alternatieven om de schok op te vangen.

Jean Cech (Hernieuws) : Geeft de omzetting van de NZEB (Nearly Zero Energy Buildings)-richtlijn en de nieuwe eisen die het met zich meebrengen, geen problemen voor de bouwsector. Er is overleg met het Waalse Gewest. En vorderen de gesprekken?

Aymé Argelès (CCW) : Er wordt vooruitgang geboekt, maar het einde is nog niet in zicht. De voorstellen van de Waalse overheid blijven zeer streng. Men vraagt ons om te gaan naar beter presterende gebouwen en de zogenaamde nul-energiewoningen te benaderen. Wij zijn er klaar voor. Maar we willen terugkeren naar de geest van de richtlijn die verduidelijkt wat men verstaat onder "bijna nul energie" gebouw en een stappenplan opstelt om tegen 2020 te komen tot een optimale kost (noot: dat is, volgens de richtlijn, met terugverdientijd op de investering van 30 jaar voor de enveloppe en 20 jaar voor installaties). De uitdaging ligt in die oefening. We komen dichterbij, maar sommige eisen gaan duidelijk verder dan de optimale kosten. Wat moeilijk over te brengen is aan onze bedrijven is dat de economische optimum niet zal worden bereikt op het moment van de bouw, maar waarschijnlijk pas nadien. We zitten dus in eerste instantie opgezadeld met een hogere investering van 5 of 10% of zelfs 15%. Een hypothese waar de richtlijn geen rekening mee houdt, maar, zoals u zich kunt voorstellen, zwaar doorweegt in de betaalbaarheid van een woning.

J.C. : Juist, maar kunnen die paar extra procent misschien in het begin worden gerecupereerd op een andere post ? Of door te kiezen voor kleinere oppervlaktes en volumes omdat geweten is  dat de nieuw gebouwde huizen in België gemiddeld groter zijn dan in Nederland bijvoorbeeld ... ?

A.A. : We hebben steeds benadrukt dat we geen probleem hebben met een verhoogde EPB-eisen indien ze worden gekoppeld aan een stimulerende kader. Zie Luxemburg dat duidelijk heeft gekozen voor de passiefnorm maar in een echt stimulerend kader in lijn met de uitdagingen die kandidaat-bouwers met een klein budget kunnen ondervinden.

J.C. : Maar jij en ik weten dat de huidige financiële situatie van Wallonië weinig ruimte toelaat op dit niveau ! Vandaar de discussie over alternatieve financiële flexibiliteit in de bouwprojecten zelf. Door zich bijvoorbeeld te focussen op kleinere oppervlaktes of rijwoningen.

A.A. : Het is een denkoefening dat al grotendeels is gebeurd op het terrein. Men constateert al sinds 2008 al aanzienlijke verminderingen in de oppervlaktes van nieuwe woningen. Deze denkoefening hebben kandidaatbouwers al gemaakt door een simpele berekening van de kosten die met een bouwproject gepaard gaan ! De stijging van de prijzen per vierkante meter – soms tot wel 20 of 30% in tien jaar – speelde een belangrijke rol en de EPB-eisen zijn niet de enige boosdoeners. We schatten dat zij ongeveer 10% van de meerkost innemen. Zelfs al doet men afstand van de populaire vier gevels voor appartementen met een beperkte oppervlakte, botst men op de grenzen van zijn budget. En dat met 80 m² voor een gezin met twee kinderen, is onleefbaar. Daarnaast focust men zich ook op cohousing of rijwoning. Het is duidelijk dat de betaalbaarheid van het model van de viergevelwoning, voor Waalse huishoudens daalt. Ik begrijp uw redenering en ze is logisch, maar tot een bepaalde limiet. De uitdaging ligt vanaf nu in renovatie. Indien men denkt om nog verder kan gaan dat dit, dan negeert men de hele weg die men al heeft afgelegd wat betreft energieprestaties van gebouwen, het prestatieniveau verdubbelde namelijk op een paar jaar tijd. Ik ben ervan overtuigd dat we veel verder kunnen gaan zonder rekening te houden met de toegankelijkheid tot huisvesting voor een groot deel van de bevolking.

J.C. : En wat is uw voorstel ?

A.A. : Zich focussen op de initiële investering en van daaruit verder werken  – en wij zijn voorstander want op termijn is het een winsituatie – maar op een meer geleidelijke en realistische manier zodat de industrie de kosten beter kan beheersen. Door zich te focussen op kleinere prestaties, kunnen we kostenstijgingen beperken tot ongeveer 5%. Op de enveloppe zitten we bijna aan het economisch optimum. De initiële kosten kunnen niet worden vermeden. We moeten mensen in staat stellen om hun investeringen te spreiden.

J.C. : Een concreet voorbeeld : één van je vrienden wil bouwen, maar heeft niet voldoende budget voor het huis van zijn dromen. Wat zou je hem adviseren in de huidige situatie van de EPB ?

A.A. : Men zal rekening moeten houden met verschillende factoren. Laten we, om niet te simplistisch te reageren, vertrekken van een krap budget en een gebouw dat voldoet aan de EPB-eisen aan het economische optimum. Kortom, ik zou hem een lijst voorleggen met technische keuzes de EPB toelaat, door het aanbieden van een goed compromis tussen een goede isolatie met speciale aandacht voor luchtdichtheid en de technische installaties aangepast op het gebied van ventilatie, hernieuwbare energie, verlichting, etc.  En van daaruit zou ik hem eerst adviseren om te zien of er sommige comfortverlangens – zoals een volledig uitgeruste keuken bijvoorbeeld – een tijdje kunnen worden uitgesteld. Hetzelfde geldt voor de behoefte aan oppervlakte, rekening houdend met de feit of de ruimte groter kan worden gemaakt. Dan zou ik hem adviseren om te kijken welke afwerking en binneninrichting eventueel zouden kunnen worden uitgesteld of uitgevoerd door hemzelf, om zo de kosten af te stemmen op het beschikbare budget.

Catégorie: 
Débats
Filière: 
0
Mots clés: