You are here

Een duurdere en meer vervuilende elektriciteitsfactuur? Laten we in plaats daarvan het vermogen verminderen!

Pour gérer de potentielles pénuries d’électricité, le Gouvernement fédéral compte subsidier de nouvelles centrales au gaz fossile. Un projet coûteux pour les citoyens et nocif pour le climat. Or une alternative existe : une Réserve citoyenne.

Om potentiële elektriciteitstekorten op te vangen, is de federale regering van plan om nieuwe fossiele gasgestookte centrales te subsidiëren. Een project dat duur is voor de burgers en schadelijk voor het klimaat. Maar er is een alternatief: een burgerreserve.

In het kader van de evolutie van de Belgische elektriciteitsmix, inclusief de geplande sluiting van de kerncentrales in 2025, werken verschillende spelers die verantwoordelijk zijn voor de bevoorradingszekerheid aan oplossingen om waarschijnlijke - maar zeer occasionele - tekorten aan elektriciteit op het net te vermijden tegenover de gekende vraag.

Er bestaan verschillende oplossingen, maar het debat focust zich op de optie die het duurst is voor de burgers en het meest schadelijk voor het klimaat: het subsidiëren van de bouw van vier nieuwe fossiele gascentrales voor in totaal 2,5 miljard euro.

Dit project, gesteund door de federale regering, die er bevoegd voor is, zou leiden tot :

  • Een verhoging van de jaarlijkse elektriciteitsfactuur voor gezinnen en bedrijven van € 50 naar €150 voor 10 jaar (en langer).
  • Een aanzienlijke toename van de CO2-uitstoot, op een moment dat België zijn broeikasgasemissies moet verminderen om aan de Belgische en Europese klimaatdoelstellingen te voldoen.
  • Een onveilige energievoorziening die ons in werkelijkheid in een situatie brengt van afhankelijkheid aan gasinvoer (wat als Rusland besluit zijn leveringen stop te zetten?).

 

Hoe zijn we tot dit punt gekomen?

 

In juni 2019 publiceerde Elia – de beheerder van het hoogspanningsnet - een studie over de bevoorradingszekerheid en de flexibiliteit tegen 2020-2030. De risico's van tekorten lijken groot.  Volgens de verschillende onderzochte scenario's schat Elia dat België tussen 6 en 10,5 uur per winter zonder elektriciteit kan komen te zitten.

Op basis hiervan heeft de federale regering besloten een gecentraliseerd capaciteitscompensatiemechanisme (CRM) in te voeren, dat de facto gericht is op de financiering van vier nieuwe fossiele gasgestookte centrales - die niet rendabel zijn zonder subsidies - om de geschatte risico's te kunnen opvangen.

De CREG - regulator van de federale energiemarkt - heeft echter een zeer kritisch advies uitgebracht over de hypothesen van de studie van Elia, waarvan "bepaalde hypothesen kunnen leiden tot een overschatting van de capaciteitsbehoeften".

Het is belangrijk op te merken dat de CREG de relevantie van de cijfers in de studie van Elia niet in vraag stelt, noch haar technische expertise op dit gebied.

De CREG stelt de gekozen scenario's en hun basisveronderstellingen ter discussie.

Deze houden onder meer rekening met een meteorologische geschiedenis - twee extreem strenge winters - die zich niet kunnen herhalen: wetenschappelijke studies tonen aan dat België, gezien de huidige klimaatveranderingen, in de toekomst mildere winters zal kennen. Dit zal leiden tot een lagere behoefte aan elektriciteit.

Op basis van de cijfers van Elia, en exclusief de 2 extreem koude winters, relativeert de CREG de risico's op tekorten: maximaal 3 uur per jaar voor 2025 en minder dan 3 uur (tussen 1,1 en 2,8 uur maximum) voor 2028 en daarna. De behoefte aan een CRM is dus zeer relatief: 3 tot 4 jaar aan mogelijkheid tot gebruik voor een factuur van 10 tot 15 jaar.

"Gelet op de impact van de kosten van een CRM op de facturen van de consumenten, vindt de CREG het belangrijk om de capaciteitsbehoeften zo optimaal en nauwkeurig mogelijk te bepalen, rekening houdend met de bevoorradingszekerheid en met het vermijden van een overschatting van het benodigde volume."

Kortom, de regulator is van mening dat de werkelijke behoeften veel beperkter zijn en stelt voor om andere opties te analyseren om hieraan tegemoet te komen indien deze behoefte zich stelt. Andere scenario's, die beter wetenschappelijk onderbouwd zijn, moeten worden overwogen.

 

Een federale keuze zonder overleg

 

De Belgische institutionele context staat haaks op een meer duidelijke energievisie.

De federale overheid - in lopende zaken – is immers verantwoordelijk voor de garantie van de Belgische bevoorradingszekerheid en beschikt alleen over de oplossing van een nieuwe gecentraliseerde productie, waarbij de andere oplossingen (gedecentraliseerde bio-WKK, energie-efficiëntie, flexibiliteit en opslag) een gewestelijke bevoegdheid zijn.

Het zou echter veel relevanter zijn om met de gewesten samen te werken aan oplossingen die goedkoper en duurzamer en verenigbaar zijn met onze klimaatdoelstellingen.

Deze samenwerking, voorzien in het intra-Belgische Energiepact, blijft dus op dit moment een dode letter. Integendeel, de federale regering verplicht de gewesten mogelijk om gasgestookte centrales op hun grondgebied toe te laten.

 

Europa geeft andere prioritaire oplossingen

 

Het voorstel van de federale regering is volkomen onlogisch omdat een bindende Europese verordening de prioriteiten zal vastleggen voor het waarborgen van de continuïteit van de elektriciteitsvoorziening in de nationale netten.

Dit is de hiërarchie van oplossingen die het beleid moet overwegen:

  1. Speel in op een hoge prijs in tijden van mogelijke tekorten om de markten aan te zetten tot het vinden van oplossingen.
  2. Maximaliseer de handel tussen buurlanden door middel van onderlinge verbindingen. Wat dat betreft is België goed verbonden (nieuwe "Nemo"-lijn met Groot-Brittannië en "ALEGrO" met Duitsland eind 2020).
  3. Ontwikkel van zelfopwekking, opslag en actief beheer van de vraag naar elektriciteit. Hier zou een burgerreserve zinvol zijn - zie hieronder.
  4. Gebruik een strategische reserve. Dit bestaat al in België en de CREG vraagt om deze optie beter te overwegen.
  5. Ten slotte, "als deze oplossingen niet voldoende zijn", laat Europa de mogelijkheid open om "in laatste instantie" een capaciteitscompensatiemechanisme (CRM) in het leven te roepen. Het is deze optie die de federale regering overweegt, door de strategische reserve af te schaffen en verschillende andere prioritaire oplossingen te negeren.

 

Om haar project te kunnen uitvoeren heeft de federale regering een verzoek tot goedkeuring ingediend bij de Europese Commissie. De Commissie heeft vervolgens de Belgische energiespelers geraadpleegd in een openbare raadpleging die op 17 januari 2020 is afgesloten. Verschillende federaties (FEBEG, FEBELIEC, EDORA, ODE, Rescoop Wallonië, enz.) en milieuverenigingen (BBL, APERe, IEW, enz.), alsook de CREG, hebben geantwoord. Voor zover wij weten is geen van deze spelers, buiten FEBEG, voorstander van de optie "gasgestookte centrales", die het probleem niet structureel aanpakt.

Europa zal nu deze adviezen lezen en een antwoord geven aan de federale regering.

We stellen ook vast dat deze gasoptie, naast de kosten voor de burgers, een negatief effect zou hebben op de CO2-balans van de gewesten, die zich dus tegen het federale project zouden kunnen verzetten.

De voorzieningszekerheid is echter geen technische kwestie: het is vooral een politieke keuze, die deel moet uitmaken van een echte gecoördineerde energietransitiestrategie.

 

Zwitserland heeft voor sommige plaatsen gekozen om het vermogen te verminderen

Zwitserland, een land dat al vergevorderd is in de transitie, vond het sociaal aanvaardbaar om zeer sporadisch gebruik te maken van maatregelen om het elektriciteitsverbruik te verminderen.

Zo hebben huishoudens in bepaalde regio's waar de leveringscapaciteit kleiner is, twee afzonderlijke elektriciteitscircuits: één voor apparaten met een hoog vermogen (wasmachine, kooktoestel, droger, enz.) en één voor apparaten met een lager vermogen. De toevoer van het eerste circuit, het zogenaamde stroomcircuit, wordt elke dag twee keer per uur onderbroken.

Deze lokale verminderingen van het elektrisch vermogen worden goed aanvaard en zijn geïntegreerd in het dagelijks leven van de huishoudens en veroorzaken geen ongemak (bevroren voedsel heeft geen tijd om te ontdooien, de was wordt een uur uitgesteld, enz...).

In Europa wordt in een studie van het Fraunhofer-instituut gepleit voor een actief beheer van de vraag naar laagspanning (het netwerk dat door de huishoudens wordt gebruikt). Dit is ook de strategie die de energiespelers in Duitsland en Nederland , waar het gedecentraliseerde beheer en het democratisch overleg verder gevorderd zijn, voor ogen hebben.

Bovendien heeft het Europese Hof van Justitie een uitspraak gedaan ten gunste van Tempus Energy, een bedrijf dat gespecialiseerd is in het gebruik van laagspanningsflexibiliteit. Het gebruik van laagspanningsflexibiliteit is in strijd met de Engelse wetgeving, die aanvankelijk niet voorzag in de mogelijkheid van flexibele laagspanningsoplossingen om zich aan te sluiten bij haar capaciteitscompensatieregeling.

In België vertegenwoordigt de laagspanning meer dan 3 GW van het verbruik in de winteravonden (ongeveer 25% van het elektriciteitsverbruik in deze periodes), wat voldoende is om aan alle of het grootste deel van de door Elia en de CREG vastgestelde flexibiliteitsbehoeften te voldoen.

 

Een vrijwillige burgerreserve

 

In België bestaan er al flexibiliteitsmechanismen voor bedrijven met een hoog stroomverbruik (hoogspanning). Deze bedrijven komen contractueel overeen hun elektriciteitsverbruik te onderbreken of te verminderen wanneer de netbeheerder hen daarom vraagt, in ruil voor een vergoeding.

Het is heel goed mogelijk om deze oplossing uit te breiden naar alle verbruikers in het laagspanningsnet (potentieel van 3 GW).

Als bijvoorbeeld, volgens de pessimistische scenario's van de CREG en de optimistische scenario's van Elia, alle Belgische gezinnen automatisch beperkt zouden worden tot een elektrisch vermogen van 1 kW voor een occasionele periode van 2 uur 's avonds, dan zou er in België geen nieuwe gascentrale nodig zijn.

En met 1 kW kan elk huishouden gebruik blijven maken van een magnetron, LED-verlichting, wifi, telefoon en televisie.

In een tijd waarin Europa de nadruk legt op het concept van energiegemeenschappen, hebben regeringen de plicht om de burgers te beschouwen als spelers op de energiemarkt, met name op het gebied van flexibiliteit.

Een consortium van actoren heeft bovendien een proefproject voor een Burgerreserve ingediend bij het Energietransitiefonds dat wordt beheerd door de Federale Overheidsdienst Economie. Duizend vrijwillige gezinnen zouden zo een systeem van incidentele stroomvermindering testen, via een communicerende meter.

Dit zou het mogelijk maken het potentieel dat kan worden geactiveerd en de kenmerken van deze oplossing objectief te beoordelen, met name op technisch en maatschappelijk niveau.

In tegenstelling tot het gasproject zou dit gedecentraliseerde beheer van de vraag minder duur zijn voor de burgers, zou het geen CO2 uitstoten en zou het een nieuwe cultuur van flexibiliteit teweegbrengen: het verbruiken - en opslaan - van hernieuwbare energie wanneer die overvloedig aanwezig is en het verminderen van het vermogen wanneer die minder aanwezig is.

Deze energiecultuur van flexibiliteit is dus a priori een betere optie om onze voorzieningszekerheid te garanderen en vooruitgang te boeken in de richting van de Europese doelstelling van 100% hernieuwbare energie in 2050.

 


Catégorie: 
Débats
Filière: 
9

Om verder te gaan