You are here

"De circulaire economie helpt om natuurlijk hulpbronnen te beschermen en om nieuwe activiteiten te creëren"

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is in het bijzonder pro-actief op het gebied van circulaire economie. We hebben een ontmoeting met Marion Courtois, van Leefmilieu Brussel, afdeling transitie economie.

Overheden zijn steeds meer geïnteresseerd in het model van de circulaire economie (lees onze artikel Bedrijven die hun consumptie in vraag stellen worden concurrentieel). Door haar status als stadsgewest, is Brussel zeer geïnteresseerd en stelt haar verantwoordelijken specifieke instrumenten ter beschikking om dit nieuwe model op haar grondgebied te stimuleren. Het Brussels Gewest juicht ook het initiatief toe van de Vereniging van Steden en Regio's voor Recyclage (ACR +), opgericht in 1994 en nu actief in meer dan duizend gemeenten in Europa. Hierdoor krijgt men toegang tot zeer waardevolle informatie. Marion Courtois (foto) van Leefmilieu Brussel die de transitie naar een circulaire economie orkestreert, legt het proces uit.

.

Jean Cech (Hernieuws): Hoe voer je zo een ander en complex model door in een gebied zoals Brussel?

Marion Courtois (Leefmilieu Brussel): Enerzijds zullen we kunnen rekenen op een afvalsector in Brussel met een lange en rijke ervaring op dat gebied en waarmee we zullen kunnen werken met kennis van zaken over de materiaalstromen die binnenkomen en buitengaan in het gewest, met een gemeenschappelijke wens om het kringloopproces te verbeteren. Dus met de focus op preventie en voorbereiding voor hergebruik. Iedereen zal gemakkelijk het belang inzien van het gebruik ervan voor het milieu. In feite, het bewustwordingsproces verschilt amper van dat dat de actoren in deze industrie reeds jaren bezighoudt. Idem voor energie waarvan het thema in die tijd minder aanwezig was in de hoofden van de mensen, maar sindsdien een enorme omvang heeft aangenomen, in het bijzonder door middel van de energieprestaties van gebouwen.

Maar anderzijds gaat men werken op het geheel van natuurlijke hulpbronnen die de vaste/vloeibare/gasvormige materiaalstromen zijn (biologische materialen, technieken of gecombineerd), halffabrikaten of afgewerkte producten, water en energie. Dus zitten we op een veel breder niveau dan dat van afval. Het werk aan het geheel van gebruikte bronnen in de regio heeft nog een mooie toekomst voor zich. Achter dit zit er een groot bewustwordingsproces.

J.C .: Op welke basis?

M.C.: We zijn begonnen met het uitvoeren van een studie van het stedelijk kringloopproces van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. We hebben de resultaten van de studie gepubliceerd op het seminarie "Be circular, be Brussels" van 1 december vorig jaar. Dit werk moet binnen een paar weken resulteren in een eindverslag waarin de ingaande en uitgaande stromen van Brussel op een zeer visuele manier zullen worden voorgesteld. Dan zullen we ons een idee kunnen vormen van wat er allemaal wordt verspild in de hoofdstad. Hetzij door verbranding op de site, hetzij door een of andere vorm van verwijdering uit de regio. Materiaalstromen vertegenwoordigen ongeveer 22 kg/inwoner/dag (die worden gebruikt door de lokale bevolking, maar ook door de commerciële en industriële sector). Omdat we ons vooral in stedelijke gebieden bevinden, is bouw- en afbraakafval de grootste stroom. De dienstenactiviteit genereert echter een niet-exploiteerde markt met betrekking tot 'residuen' van tertiaire activiteiten - verlichting, airconditioning, enz. -.

De instroom en uitstroom van het Brussels Gewest, gepresenteerd op het "Be cicular, be Brussels" seminarie in december vorig jaar.

J.C.: Wat kan een gewest zoals Brussel nog doen wat ze nog niet heeft gedaan via haar huidige politiek van afvalbeheer, die niet echt tot de minst ambitieuze behoort, als men vertrekt vanuit een zulke stand van zaken ...?

M.C.: De uitdaging is van daaruit de kansen te grijpen in termen van circulaire economie. Ons huidig doel bij de Brusselse regering is om nieuwe bronnen van activiteit en werkgelegenheid te doen ontstaan door deze kringloop door in te werken op het economische model dat heerst in de regio en grotendeels lineair blijft. Door geleidelijk over te gaan naar een model van circulaire economie kunnen we besparen op natuurlijke hulpbronnen en tegelijkertijd de economie herlokaliseren. Wij bieden geen  "turnkey business model" aan, maar een visie en milieu-ambities. Dan moeten we samen met publieke en institutionele actoren de volgende acties opstarten : economie, werkgelegenheid, integratie, innovatie ... We stellen hen voor om samen een nieuw paradigma van beheer van natuurlijke hulpbronnen te realiseren. "Be circular, be brussels" mag geen slogan blijven van "city marketing" in Brussel, maar moet een realiteit worden.

J.C. Maar hoe maak je dit echt concreet? Kunt u ons een of ander praktijkvoorbeeld geven dat aantoont dat dit model is geworteld in de Brusselse realiteit ...

M.C.: ze zijn nog niet erg talrijk in Brussel. Maar sommige initiatieven zijn in volle gang. Het voorbeeld dat mij binnenschiet, is dat van "Tale Me", dat een soort leasing is van kleding voor kinderen. Of "Nearly New Office Facilities" - NNOF) dat producten en B2B-diensten levert in het kader van ecologische herwaardering van bestaand kantoormeubilair. Dit bedrijf werkt met lokale medewerkers en realiseert energiebesparingen van 70% en waterbesparingen van 80%. Het bedrijf is al ver gevorderd in haar model, waarbij het hergebruik en de nieuwe look naar voren worden geschoven. Voor het Brusselse weefsel is dit echt een begin. Er is nog een lange weg te gaan voor iedereen. Dus er is de inventarisatie, de bewustwording en de volgende stap is dan de bouw van een model gebaseerd op de Alliantie Werk – Milieu en het wegwerken van de voorwaarden - cofinanciering, publieke ontwikkelingsfondsen, ... - die dit soort aanpak zal bevorderen. Deze constructie zal gebeuren in samenwerking met bemiddelaars zoals de UCM of Group One onder 200 anderen.

Het jonge Brusselse bedrijf NNOF hergebruikt of past het kantoormeubilair van hun klanten aan om te voldoen aan hun nieuwe behoeften. Financiële en ecologische winsten op maat.

J.C.: Hoe wordt dit discours onthaald bij de economische actoren en bedrijven in het bijzonder? De circulaire economie kan bij hen overkomen als een nieuwe vorm van verplichtingen na afvalbeheer, water en energie waarvan ze het gevoel kunnen hebben dat ze er al genoeg middelen en tijd aan hebben besteed ...

M.C. : Onze belangrijkste doelgroep, in de hoedanigheid van  Leefmilieu Brussel, situeert zich duidelijk niet op het niveau van ondernemingen. Dat is niet onze rol. Anderen kunnen betere deze rol op zich nemen dan wij. Wie ons interesseren zijn de federaties, de Unie van de Middenklassen of het VBO, in plaats van de bedrijven zelf. Maar het is duidelijk dat voor deze laatsten de kwestie van de verplichtingen cruciaal is. De federaties hebben de kansen van de economie goed begrepen. Het is aan hen om hun leden deze kansen te doen inzien. En ook om te benadrukken, dat de circulaire economie afhankelijk is van een intensievere en constructieve dialoog met andere stakeholders - consumenten, leveranciers, enz. - En op het einde een ieder voor zich. Er is nog veel werk op dit gebied, met name door hen de 'succesverhalen' te laten zien, die getuigen dat er ook te winnen valt op dit gebied, vooral in het "samenleven".

J.C. : Overlapt de circulaire economie dan ook niet de aanpak van de  eco-dynamische bedrijven die in Brussel reeds jaren bestaan?

M.C.: Hoewel dit kan in sommige opzichten zo kan lijken, is het een heel ander ding. Ik zou het simpel kunnen verwoorden dat het proces van de “”eco-dynamische bedrijven' gericht is op de milieuverantwoordelijke, terwijl de circulaire economie zicht richt tot de bedrijfsleider en hem uitnodigt om het "business model" te veranderen. Het is veel ingewikkelder. Het is moeilijk om 80.000 Brusselse KMO’s persoonlijk te begeleiden. Maar het klopt dat de drie-sterren bedrijven van nature meer geneigd zijn om deze nieuwe dynamiek in te voeren, maar ze zijn niet de enigen.

Catégorie: 
Débats
Filière: 
0