You are here

"Burgerinitiatieven die een ieder voor zich vermijden"

Het Réseau Intersyndical de Sensibilisation à l’Environnement (RISE) heeft onlangs een videoreportage gemaakt over de groenestroomcoöperatieve Ecopower. Deze richt zich op een energietransitie met meer sociale en lokale accenten. Een toelichting.

Op initiatief van het ABVV en het ACV probeert RISE de syndicale wereld te integreren in de brede beweging die de bedrijven oproept hun verantwoordelijkheid op te nemen wat betreft milieubeheer. Een proces van lange adem dat begon in de vroege jaren negentig en gaat vandaag verderloopt door de energietransitie.

In december 2013 pikte Renouvelle het concept van de 'rechtvaardige transitie' op van de vakbonden vlak voor het klimaatconferentie van Warschau.

Eind 2014 realiseerde RISE met de hulp van Video Centre Brussel een videoreportage over de groenestroomcoöperatieve Ecopower. Een manier om het burgerinitatief toe te lichten dat wordt georganiseerd rond een energietransitie met meer lokale en sociale accenten: productiecoöperaties, groepsaankopen, autodelen, vrijwillige afschakeling, enz. Dit doet echter vragen rijzen in het licht van de eerder wantrouwige contacten uit het verleden tussen coöperaties en de vakbonden. Hugo Martin, één van de sleutelfiguren bij RISE geeft een toelichting ...

JC: De coöperatieve model zorgde lang voor argwaan binnen de vakbonden. Is het bezoek van RISE aan Ecopower, een Vlaamse groenestroomcoöperatieve, waarvan de videoreportage op het internet circuleert, een teken dat u van gedachte aan het veranderen bent en deze verandering in de maatschappij van dichterbij wil opvolgen?

Hugo Martin (RISE): Het is een verkennende aanpak. Dit wil niet noodzakelijk zeggen dat dat deze aanpak bij ons centraal staat noch dat we van plan zijn dergelijke projecten direct op te starten. De reportage past in het kader van de discussie die we al jaren voeren over de energietransitie . Inderdaad, wij zijn mening dat de grote privé-concerns die een monopolie hebben op de centrale productiemiddelen monopoliseren niet langer het enige antwoord zijn op de energetische uitdagingen waarmee wij geconfronteerd worden. Vooral omdat deze formules steeds duurder en milieubelastender zijn. Het is voor ons duidelijk dat we de nucleaire en fossiele grondstoffen op lange termijn niet kunnen blijven consumeren. Dus is er een ruimte voor meer lokale en democratische alternatieve modellen, op voorwaarde dat zij een socialer en economischer welzijn garanderen wat betreft de milieuproblematiek. De RISE cel werkt op het snijvlak van deze zorgen.

JC: Door Ecopower spreekt je reportage vanaf het begin over een 'model' ...

HM: Het bezoek aan Ecopower is de tweede van georganiseerde bezoeken als onderdeel van deze discussie. Het eerste bezoek, dat ook deel uitmaakte van een filmreportage, was door de RISE werkgroep drie jaar geleden in Montdidier. Er werd toen een originele oplossing ontwikkeld ten voordele van de burgers door het combineren van verschillende vormen van hernieuwbare energie. Daar waren de lokale, regionale en nationaal overheid, waaronder ADEME, verantwoordelijk.

Voor ons leek de keuze van Ecopower interessant omdat we te maken hebben met een echt participatiecoöperatie dat voldoet aan zowel haar energie- als haar sociale en democratische doelstellingen. Vandaar de titel van de film: "Energietransitie. Een coöperatief model. "De twee visies zijn complementair ...

JC: Wat maakt dat je een bepaald model volgt?

HM: In het specifieke domein van de sociale economie, vinden wij het respect voor democratische principes die ik zopas heb opgenoemd zeer positief, de relevantie van de technische keuzes en de uitvoering van de administratieve voorwaarden door de overheid die hen in staat stellen te concurreren met private ontwikkelaars. Een economische meerwaarde voor huishoudens die toegang  hebben tot goedkopere energie, terwijl ze worden aangemoedigd  zuinig te zijn. En ook jobcreatie! Ongeveer 25 tot nu toe.

JC: Kun je je voorstellen dat zo'n 'model' ook nodig is in de context van andere benaderingen die vandaag de dag burgers blijken te interesseren, zoals de groepsaankopen, autodelen of vrijwillige stroomafschakeling van huishoudens?

H. M .: Enige waakzaamheid is geboden. In het beleid rond groepsaankopen, voelen we duidelijk dat er bijvoorbeeld verschillende niveaus van betrokkenheid van burgers zijn die in de eerste plaats  consumenten blijven. In tegenstelling tot echte coöperaties, zoals diegene die hernieuwbare energie produceren. Bij Ecopower wil men duidelijk gaan voor een aandeelhoudersstructuur voor burgers d.m.v. een herverdelingsysteem van dividenden. Men zit dus daar in een democratische en dus politieke benadering.

JC: ... die eveneens kunnen worden teruggevonden in veel andere burgerinitiatieven wiens uitgangspunt is dat het individu het initiatief neemt door het solidariteitsprincipe ...

HM: Dat is waar, maar daar het gaat om een regelsysteem dat de verspreiding van lokale autonome systemen tegengaat die niet deelnemen aan de herverdeling van de rijkdom. Ik denk bijvoorbeeld aan het model van transitiesteden, bedacht door Rob Hopkins, een model dat ik met grote omzichtigheid opvolg en dat pleit voor een soort terugkeer naar de gemeenschappelijke tuin. Het is duidelijk dat men niet geconfronteerd kan worden met systemen waarvan de rijkste gebieden van water, wind of biomassa, om deze logica tot het einde te volgen, op zichzelf terugplooien in strijd met de  solidariteitsprincipes. Volgens mij is er een gevaar in de manier waarop transitie kan worden geformuleerd door bepaalde bewegingen ... Door hun excessen lijken ze zich soms te isoleren van de rest, waarvan het liberalisme zich uitstekend kan vinden in een verhaal van een ieder voor zich, wat uiteindelijk leidt tot het feit dat er niets meer wordt gedaan aan de klimaatverandering.

JC: Dus vandaar de terughoudendheid van de vakbonden met betrekking tot coöperaties in het algemeen?

HM: Er is waakzaamheid over de wijze van vertegenwoordiging en deelname van de werknemers wanneer het gaat over het verbeteren en verdiepen van de machtsverhoudingen via de sociale dialoog. De sociale en solidaire economie zelf garandeert niet per se een kwaliteitsvolle vertegenwoordiging of democratie binnen het bedrijf. Bovendien is dit iets dat we niet onmiddellijk willen aankaarten in de ervaring met Ecopower. We hebben ze alleen bestudeerd in het kader van de energie transitie.

JC: Zal het standpunt van de vakbonden zich verder ontwikkelen?

H.M:. Tuurlijk. Wij luisteren. Zo hebben we bijvoorbeeld contact met de socio-eonomische federatie SAW-B. Door het uitvoeren van een studiebezoek aan een coöperatie, proberen de RISE cellen ook om de afgevaardigden te sensibiliseren zodat ze zelf dergelijke initiatieven mogen volgen of opzetten in hun regio.

JC: Wat betreft de energietransitie, meen ik toch dat er sprake is van een dringende noodzaak dat de maatschappij zich zeer snel zal moeten reorganiseren om nieuwe pistes te ontwikkelen op dit niveau. En de rol van de vakbonden als gestructureerde burgerorganisatie zouden beslissend kunnen zijn ...

HM: De energietransitie zal inderdaad snel moeten verlopen. Het gaat in de ogen van vakbondsbewegingen over zware en gestuurde overheidsinvesteringen - in energie, huisvesting, openbaar vervoer - om te zorgen voor meer welzijn voor iedereen, in termen van inkomen en levenskwaliteit, inclusief het scheppen van duurzame werkgelegenheid. De voorzieningen zijn er reeds! De vakbonden hebben, via het Europees Verbond van Vakverenigingen, een investeringsplan voorgesteld op Europees niveau zodat de overheid en de openbare instellingen weer collectieve welvaart kunnen scheppen. Het is om deze reden dat de vakbonden deelnemen aan de Klimaatcoalitie en de jobs4climate campagne. Er is een duidelijke solidariteit tussen milieuaspect en het socio-economisch aspect.

JC: Door het betrokken raken bij experimenten op het terrein?

HM: Als RISE cel, hebben we noch het mandaat, noch de agenda. Maar we wij kunnen wel - en we gaan dat zeker doen – innovatieve businessmodellen onderzoeken en positieve campagnes ondersteunen zoals we dat hebben gedaan voor energie-efficiëntie en het recht op fatsoenlijke huisvesting. Bovendien, als we een reportage maken over een bezoek zoals Montdidier of Ecopower, gaan we naar mensen op het terrein die hun eigen initiatieven ontwikkelen.

JC: In het dossier over de blackout en afschakeling, dat in 2014 veel opschudding heeft veroorzaakt, heeft men herhaaldelijk verwezen naar de afschakeling bij particulieren als bijdrage aan de afvlakking van de productiepieken. Hoe denk je de belangen van de burgers te verdedigen op dit niveau?

HM: We moeten niet enkel zeggen dat mensen die het kunnen, moeten bijdragen aan deze afschakelingen. Natuurlijk zijn er enorme verspillingen. Een gemiddeld huishouden verbruikt nu bijna 4.000 KWh elektriciteit en men kan gemakkelijk leven met de helft. Maar dit is een gemiddelde dat ook enorme verschillen verbergt omdat het inkomensniveau er een grote invloed op heeft. Daarom is de syndicale eis naar een progressieve en billijke tarifering gerechtvaardigd, zowel sociaal als  ecologisch. Met betrekking tot de afschakeling moet men ook vormen van sociale regelgeving voorstellen die alle individuele inspanningen eerlijk verdelen.

 

Catégorie: 
Débats
Filière: 
1