You are here

"Bedrijven die de gebruikswijze in vraag stellen worden concurrentieel”

Het is niet voldoende voor een functionele economie dat de optimalisatie van de materiaalstromen en de energiestromen door één organisatie gebeurt. Het gewoon doet vragen rijzen wat de functie van een voorwerp is bij de productie ervan. Uitleg van Anne-Sophie Ansenne (EcoRes).

De functionele economie is zonder twijfel de meest alternatieve piste in het kader van de circulaire economie (lees onze artikelen Circulaire economie beschermt de hulpbronnen beter en creëert nieuwe activiteiten). Omdat het niet voldoende is voor een functionele economie dat de optimalisatie van de materiaalstromen en de energiestromen  door één organisatie gebeurt. Het gewoon doet vragen rijzen hoe een voorwerp wordt bekeken bij de productie ervan en welke diensten het moet leveren – in al zijn aspecten – aan zijn toekomstige kopers. Bijvoorbeeld op het vlak van mobiliteit: wanneer men zich comfortabeler, veiliger en aan een betere prijs wenst te verplaatsen, dan is een aankoop aan de hoogste prijs van een aantrekkelijk pakket schroot en elektronisch afval waarschijnlijk niet de beste keuze: een auto staat  85% van zijn tijd geparkeerd op een weg of in een garage, en wanneer hij rijdt, bedraagt haar bezettingsgraad nauwelijks 33%.

Elk jaar worden er in Europa meer dan 10 miljoen voertuigen gesloopt. Sommige fabrikanten waarderen nu onderdelen op, die vaak nog functioneren. Je hebt minder grondstoffen nodig voor het herstellen van een automotor (26% tot 90%) en energie (68% tot 83%) dan de productie van een nieuwe motor en hij stoot 73% à 78% minder CO2 uit.

Vanaf dan is alles mogelijk. En dat is de charme van een functionele economie  - ook bekend als samenwerkingseconomie – van het moment dat men tegelijkertijd de relationele en collaboratieve troeven, die zich vanzelf ontwikkelen, naar boven doet komen ... uitleg van Anne-Sophie Ansenne die zich bij EcoRes bezighoudt met de ontwikkeling ervan.

Jean Cech (Hernieuws): heel kort, waarover hebben we het en hoe zijn we gekomen tot dit ingenieuze concept van de dematerialisering?

Anne-Sophie Ansenne (Ecores): Het idee zou gedeeltelijk zijn ontstaan ​​in het midden van de jaren negentig. Het idee was de verkoop van een product te vervangen door een gebruiksfunctie. Dat is wat iedereen doet zonder na te denken als hij naar een openbare bibliotheek gaat in plaats van bijvoorbeeld het boek te kopen. Deze benadering als dusdanig staat niet per se garant voor duurzaamheid. Daarom heeft het concept zich verder ontwikkeld vooraleer het weer op de voorgrond is getreden begin jaren 2000. De mensen begonnen dit concept te toetsen op zijn duurzaamheid. Ze begonnen na te denken over hoe je een model kon ontwerpen dat instaat voor het milieu en de maatschappij. En dat de werkwijze en immateriële activa in vraag stelt om de dynamiek weer centraal te stellen. Een verschuiving van het paradigma staat centraal in dit concept en is voor sommigen een waar dogma.

J.C.: De functionele economie bestaat nu reeds enkele jaren. Maar het zijn altijd hetzelfde voorbeelden die men sinds het begin aanhaalt: Michelin dat kiest voor een strategie 4R (Reduce, Reuse, Recycle, Renew), Rank Xerox dat haar kopieerapparaten verkoopt op basis van slijtage in plaats van de machine zelf en enkele anderen. Maar nog nooit is er een verkoper geweest van één van deze merken die me voorstelde om de slijtage van een product te huren dat ik voor ogen had dan het eerder te verkopen. Je vraagt ​​je uiteindelijk af of dit geweldige idee enkel op papier zal bestaan ...

A-S. A.: Wat er van aan is, is dat zulk een ingewikkeld model en een transitie van een economie die in die richting gaat, veel tijd zal vergen. Het is een lang proces. Men kan geen economie omvormen van vandaag op morgen. Eigenlijk heb ik op dit moment geen weet van een bedrijf dat zo’n transitie heeft gerealiseerd.

J.C.: Maar het gaat niet noodzakelijk over bestaande bedrijven. Er kunnen toch net zo goed nieuwe ondernemersinitiatieven zijn die uitgaan van dit concept: de verkoop van een gebruiksfunctie, toch?

A-S.A: Ja. In de screening hebben die we hebben gedaan in opdracht van de FRDO (Opmerking: Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling), hadden we beide. We hebben bestaande bedrijven als Xerox geïnterviewd, maar ook bedrijven die zijn gestart vanuit het concept van een duurzame functionele economie. Eén van deze - Tale Me – vertrekt van een kerngedachte, namelijk de uitdagingen van de textielindustrie op het Europese grondgebied. Van daaruit werd aan de initiatiefnemers gevraagd welke vaardigheden we hebben in ons gebied en onze sociale en ecologische uitdagingen er mee in op te nemen. Het doel is om de markt een concurrerentieel aanbod te bieden. Herlokalisatie, partnerschap en lokale arbeidskrachten, geïntegreerde activiteit ... Een traditioneel business model zou sowieso hebben geleid tot buitensporige prijzen. Vandaar een economisch model dat is gebaseerd op de gebruikswijze en het idee van een dienst dat de klanten voorstelt om hun kinderen te kleden gedurende hun hele groeiperiode. U abonneert zich en krijgt een pakket kleren dat je periodiek kunt vernieuwen naarmate je kind groeit.

De jonge Brusselse bedrijf Tale Me biedt een service voor huur van kledij, dat je kan omwisselen in de loop van de seizoenen en naar de groei van uw kind. In plaats van het te kopen, het op te stapelen en er zich dan van te ontdoen, leidt deze gebruikswijze tot een mentaliteitsverandering. De kleren worden gemaakt door Belgische ontwerpers met respect voor de natuur, de gezondheid van de peuters en de rechten van producenten.

J.C.: Waar is het voordeel ten aanzien van tweedehandsaankoop dat momenteel bij veel gezinnen de voorkeur geniet? Dit is aanzienlijk duurder ...

A-S. A.: Daar draait het om. Hieruit blijkt er tegelijkertijd een mentaliteitswijziging nodig is. Een beetje zoals Cambio (nota van de redactie: autodelen) dat een totale reorganisatie van het werk inhoudt, een andere kijk op de verhoudingen binnen het bedrijf en de samenwerking met externe partners, enz. Dit gebeurt niet van vandaag op morgen.

J.C.: We zien het goed met de andere vorm van mobiliteit dat Uber is en veel vragen oproept ... Hier toveren particulieren zich om tot personenvervoerders of goederenvervoerders.

A-S. A.: Het voorbeeld is interessant omdat het laat ook zien dat de overweging dient te gebeuren over de gehele organisatie, met inbegrip van de arbeidsvoorwaarden. Deze sociale dimensie is zeer aanwezig in Tale Me. Het is, lijkt mij, minder duidelijk het geval in Uber, ook al hebben we niet de kans gehad om de zaak uit te spitten. We moeten ons realiseren dat de functionele economie een model is in constante ontwikkeling en dat voortdurend moet worden getoetst met de realiteit.

J.C.: Waar zitten de problemen bij de implementatie?

A-S. A.: Eén van de moeilijkheden ligt in de nieuwe vormen van samenwerking tussen partners. Het is niet echt meer een logische onderaannemer/klant verhouding. We moeten een andere relatie tussen de partners te creëren. Projectontwikkelaars zijn bereid om erover na te denken, maar weten vaak niet hoe ermee om te gaan en in welke fase van het project.. Volgens ons zal hoe eerder dit gebeurt in het project, hoe solider het project zal zijn. Ook al is de oplossing uiteindelijk niet degene die we later nodig zullen hebben. Maar het zal legitiemer en relevanter zijn. Je moet weten hoe men het beste samen sterk kan zijn zonder onze ogen te sluiten voor het feit dat we met elkaar concurreren op dezelfde markt of dat men zich in deze markt in een machtsverhouding bevindt. Dat is niet gemakkelijk. Men hervalt namelijk heel snel in rivaliteit.

Catégorie: 
Débats
Filière: 
9

Om verder te gaan