You are here

Energie: tussen marktprijs en werkelijke kostprijs

In deze tijd van budgettaire keuzes staat de overheidssteun die wordt toegekend aan ons energiesysteem onder druk. We moeten oppassen dat we door vandaag de prijzen willen drukken onze toegang tot de energie van morgen niet in het gedrang brengen of de externe effecten ervan te minimaliseren. Een recente studie van de Europese Commissie heeft een overzicht gemaakt van de kosten, de maatregelen van de lidstaten en externe kosten ten laste van de maatschappij.

Midden oktober heeft de Europese Commissie de ‘tussentijdse’ resultaten bekendgemaakt van een studie over de kosten van energie en de overheidsteun in de energiesector (exclusief transport) in de 28 lidstaten. Het onderzoek, uitgevoerd door het onafhankelijke bureau Ecofys, analyseert het jaar 2012 en maakt een inventarisatie van de historische tussenkomsten die invloed hebben op de markt van vandaag. De studie is "een eerste schets" over deze kwestie. Deze studie volgt op de mededeling van de Europese Commissie van 13 oktober 2014 over 'Het realiseren van een interne elektriciteitsmarkt en de overheidssteun zo optimaal mogelijk te benutten." Een immens werk volgens de woordvoerder van de Commissie en deze heeft als doel het "ideologisch debat" over de verdeling van de staatssteun op basis van de energieproductiemethode te doen stoppen. Dit trok de nodige belangstelling van de media die er als de kippen bij waren om vooral de overheidssteun die werd toegekend aan conventionele energie en hernieuwbare energie te identificeren en te vergelijken. Daaruit bleek dat de overheidssteun in de Europese Unie 99 miljard € bedroeg in 2012, uitgezonderd de CO2- emissiecertificatenhandel (13,7 miljard euro) en de directe historische steun (9 miljard euro).

Ter herinnering, alle takken krijgen steun, het gaat om de productie van (hernieuwbare, fossiele of kernenergie) of de vraag (energie-efficiëntie, energieverbruik). In 2012 hebben alle overheden steun verleend aan: hernieuwbare energie (40,8 miljard euro), energieverbruik (27,4 miljard euro), fossiele energie (15,4 miljard euro), energie-efficiëntie maatregelen (8,6 miljard euro) en kernenergie (7 miljard).

Vanuit historisch perspectief merken we echter op dat de meest gesubsidieerde productieketens  verschillend zijn.

Over de periode 1970-2007, kwam de gecumuleerde steun vooral ten goede aan kolen (580 miljard € waarvan 380 miljard € steun aan de markt en 200 miljard € in de infrastructuur) en kernenergie (283 miljard € waarvan 220 miljard euro € in infrastructuur en 63 miljard € budget voor onderzoek).

Wat betreft hernieuwbare energie was er vooral investeringssteun in waterkrachtinstallaties (100 miljard €) en marktsteun geschat tussen de 70 en 150 miljard € (40% biomassa, 25% waterkracht, 25% wind, 10% zonne-energie).

Een recente studie van 3E, in opdracht van het WWF en Eneco, kwam tot gelijkaardige trends voor België.

De Europese studie is volgens de initiatiefnemers een eerste evaluatie. Het is gebaseerd op drie componenten van de beoordeling: de energieproductiekosten (LCOE) de toegekende subsidies en externe kosten (milieu- en sociaal-economisch betaald door de gemeenschap).

Wat betreft de externe kosten, schat de studie de kosten tussen de 150 en 310 miljard € in 2012, ruim boven het bedrag van de overheidssteun. Maar de externe kosten, op zich zeer relevant, zijn moeilijk "objectief" te beoordelen. Dit betekent, bijvoorbeeld, dat er een cijfer moet worden geplakt op de klimaatkosten voor de benutting van gas of kolen. Of, nog moeilijker de kosten van een nucleair ongeval. De economische gevolgen van de perverse effecten van energie-activiteiten zijn moeilijk te becijferen, omdat hun economische evaluatie op problemen stoot van wetenschappelijke, methodologische, economische en ethische aard.

Eén ding is zeker: hernieuwbare energie brengt heel weinig externe kosten met zich mee in vergelijking met de kosten van de klimaatverandering (vervuiling, gezondheidszorg, ...) ,de kosten van een nucleair ongeval en het risico ervan. Dit rechtvaardigt de relatief recente steun voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie.

Europese autoriteiten wachten nu op feedback vanuit het terrein om de hiaten van het tussentijdse onderzoek op te vullen.

In België voeden twee andere studies eveneens het debat. Het Planbureau analyseerde onlangs het Belgische energielandschap in 2050. Het bureau bepaalde de omvang van investeringen die nodig zijn om aan de verwachte groei van de elektriciteitsvraag te voldoen. Het rapport spreekt bijvoorbeeld een totaalbedrag van 62 € miljard in 2050. Genoeg om de factuur te doen ontsporen (op jaarbasis, ten bedrage van 2,3 miljard / jaar), maar toch veel minder dan de 3,28 miljard aan subsidies geschat voor België in 2012. Dit klopt indien men rekening houdt met “elektriciteit EN warmte”.

Bovendien houdt de studie van de Europese Commissie geen rekening met de positieve effecten in termen van werkgelegenheid. Een studie van Ernst & Young, in opdracht van de federaties EDORA, ODE en BOP, heeft zopas het potentieel aan werkgelegenheid becijferd voor 2030: 9200 Belgische jobs per jaar door de installatie van nieuwe hernieuwbare energieproductie-eenheden en 2700 bijkomende jobs voor de exploitatie ervan. Deze cijfers kunnen niet worden gebanaliseerd.

In elk geval blijkt dat de werkelijke energiekost ongetwijfeld geen kwestie van cijfers is maar eerder een kwestie van mening en interpretatie.

 

Nucleaire rente

Electrabel / GDF Suez beschikt over kerncentrales die in het verleden zijn afgeschreven door de consument. Deze exploitant geniet van een voordeel genaamd "de nucleaire rente". De CREG heeft dit voordeel berekend: dit is het verschil tussen de kostprijs en de marktprijs of ongeveer € 50 per MWh. Deze rente wordt geschat op 2,35 miljard € per jaar en is een echt fiscaal geschenk. Daarom heft de federale regering een belasting op een deel van de rente. Deze jaarlijkse belasting bedroeg 250 miljoen € tussen 2008 en 2011. Omdat dit als onvoldoende werd beschouwd, werd deze rente heronderhandeld tot 550 miljoen € in 2012.

 

Catégorie: 
Actualité Internationale
Filière: 
1