You are here

Het PACE plan wacht in Brussel op middelen voor acties

De Brusselse regering heeft haar Lucht-Klimaat-Energieplan (PACE), dat een strategie voor hernieuwbare energie bepaalt, goedgekeurd. Dit najaar wacht het gewest nog steeds op middelen. Een analyse van de hoofdlijnen en prioritaire maatregelen.

Een plan op basis van milieubeginselen

Het Brussels Gewest heeft zich ertoe verbonden om :

  • zijn broeikasgassen te verminderen met 30% tegen 2025 (ten opzichte van 1990)
  • bij te dragen aan de Belgische doelstellingen voor energie : het verhogen van het aandeel  hernieuwbare energie, verbetering van de energie-efficiëntie,
  • te zorgen voor een ​​goede luchtkwaliteit, in het bijzonder de NOx en fijn stof.

Daarom werd het gewestelijk Lucht-Klimaat-Energieplan (PACE), waarover in 2015 een publieke consultatie is georganiseerd, en door de Brusselse regering op 2 juni 2016 werd goedgekeurd, uitgewerkt.

Het PACE is gebaseerd op de fundamentele beginselen van het internationaal en Europees milieurecht. Namelijk de vervuiler betaalt, het voorzorgsbeginsel, het preventiebeginsel, het standstill beginsel (of cliquetprincipe) en het beginsel van restitutie. Los van het milieu is het plan gebaseerd op het beginsel van participatie, het integratiebeginsel en het solidariteitsbeginsel.

Een planningsinstrument

Het PACE vervolledigt het Brussels gewestelijk kader van beleidsinstrumenten in de strijd tegen de klimaatverandering, de evolutie van vraag en aanbod naar energie naar meer duurzaamheid en de naleving van de luchtkwaliteitsnormen. Kortom, het BWLKE (Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing) is de wetgevend gedeelte voor de ontwikkeling van het geïntegreerd gewestelijk beleid van lucht-klimaat-energie. Het PACE is de planningsgedeelte. Het plan geeft weer wat de overheid van plan is op korte termijn, in de volgende vijf jaar, om zijn doelstellingen binnen 10 jaar te bereiken. Er werden twee instrumenten voor controle, evaluatie en actualisatie gepland : één jaarlijks scorebord en een verslag na vier jaar van implementatie voor de vijfjaarlijkse herziening van het PACE.

Gebouwen en transport in het vizier

Het PACE is een plan van 185 pagina’s met 64 maatregelen en 144 acties. Ze zijn onderverdeeld in tien pijlers : gebouwen, transport, hernieuwbare energiebronnen, economie, stedenbouw, consumptiepatroon en het gebruik van producten, aanpassing aan de klimaatverandering, toezicht op de luchtkwaliteit, mechanismen voor participatie aan de klimaatdoelstellingen, sociale dimensie.

Uit de analyse van de PACE structuur komen belangrijke trends naar voren. Zo zijn de belangrijkste acties gericht op gebouwen en transport. De essentiële hefbomen zijn wetgeving, stedenbouw, stimulansen en ondersteuning, de voorbeeldfunctie van de overheid en steun voor innovatie. Ten slotte dienen de circulaire economie en hernieuwbare energie zich aan als echte opportuniteiten. Bovendien is de circulaire economie het onderwerp van een specifiek gewestelijk programma GPCE. Anderzijds zorgt de sociale dimensie, ingeschreven in een pijler van het PACE, voor de bevordering van een eerlijke en zorgvuldige transitie voor de veiligheidsrisico’s, het in stand houden van een minder kwetsbaar lokale economie en de creatie van « groene jobs ».

Het PACE pakt vervuilende wagens aan

De regering heeft bij de goedkeuring van het PACE de focus gelegd op een belangrijke maatregel met betrekking op voertuigen. Vanaf 2018 zal het gehele hoofdstedelijk grondgebied een lage emissie zone worden, zullen vervuilende wagens worden verbannen en zal er een specifieke vervoersheffing worden opgelegd met strengere milieucriteria. Maar deze transportmaatregel mag het veel grotere pakket van de maatregelen dat het PACE biedt door middel van de pijlers niet verdoezelen, namelijk de centrale rol van de bouwsector, stedenbouw, consumptiepatronen en de strategie voor hernieuwbare energie.


Het Brussels Gewest mikt op een massale inzet van fotovoltaïsche zonne-energie.

Een strategie voor hernieuwbare energie

Naar aanleiding van de openbare consultatie is er in het PACE een tiende pijler bijgekomen, namelijk de pijler 3 « Hernieuwbare energiebronnen » (HEB). Deze pijler verzamelt de maatregelen die reeds in de vorige versie van de tweede lezing voorkwamen, alsook nieuwe maatregelen, zoals de vaststelling van een regionale strategie voor de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Het PACE schetst een reeks acties om te voldoen aan de doelstelling om in het Brussels gewest tegen 2020 0,073 Mtoe (849 GWh) van het eindverbruik van energie uit hernieuwbare bronnen te produceren. Wetende dat in 2013 de productie ongeveer 400 GWh bedroeg.

Om het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in gebouwen in Brussel tegen 2020 aan te moedigen, verwacht het gewest een massale inzet van fotovoltaïsche zonne-energie, terwijl de mogelijkheden biogas verder worden onderzocht. Zeker omdat, op korte termijn, zonne-energie de belangrijkste troef is omdat het potentieel van windenergie en waterkracht in een stedelijke omgeving beperkt is en dat integratie van biobrandstoffen – een bevoegdheid van de federale staat – wordt beperkt door de duurzaamheidscriteria (ILUC) en individuele houtverwarmingsinstallaties niet worden aangemoedigd door de beperkingen van de uitstoot van fijn stof.

Alle daken zijn geschikt om bij te dragen : die van de openbare gebouwen, onroerend goed, appartementsgebouwen, bedrijven, ... door middel van gedeelde oplossingen, derde partij investering, coöperaties, ... en in samenwerking met belangrijke Brusselse actoren zoals bvb SIBELGA of MIVB. De prosument zal bovendien verder worden begeleid en ondersteund, zodat zij haar eigen productie zou verhogen. Maar voor deze gewenste versnelling zijn er middelen nodig om te ondersteunen, te bestuderen, te bevorderen, om de vele initiatieven die in het PACE worden vermeld, aan te moedigen.

Verkoop van emissierechten zal de actiemiddelen financieren

Het Gewest plant om deze middelen vooral te halen uit de verdeling van de inkomsten uit de veilingverkoop van CO2-quota op basis van het ETS-mechanisme (Emission Trading Scheme), toegewezen aan het regionale klimaatfonds. Nu staat er ongeveer 430 miljoen € geblokkeerd op een gezamenlijke rekening van de 4 entiteiten (de drie gewesten en de federale overheid) dat wacht om te worden verdeeld na (lange) onderhandelingen tussen de vier partijen. Na 6 jaar zal aan Brussel door het intra Belgische akkoord van 4 december 2015 ongeveer 7% van dit bedrag worden toegekend. Sindsdien moest er alleen nog maar de technische aspecten worden geregeld voor de uitvoering ervan in een samenwerkingsovereenkomst, een laatste stap die eenvoudig leek. Maar het minste wat we kunnen zeggen is dat de politieke verschillen tussen de gewesten en binnen de Nationale Klimaatcommissie (NKC), als ook het gebrek aan efficiëntie of wil om te slagen het proces hebben afgeremd.

Vandaag de dag ziet de situatie er, maar niet zonder slag of stoot, al beter uit door een samenwerkingsakkoord van 11 oktober 2016, de eerste tussen de gewesten en met de federale minister van Energie M. C. Marghem. Het uiteindelijke akkoord moet nog door de federale regering op 21 oktober worden goedgekeurd, en daarna door het Overlegcomité op 26 oktober. De uitvoering van het Brussels PACE zal dan eindelijk kunnen beginnen !

Catégorie: 
Actualité Belgique
Filière: 
1